Eind april–meiZaai kort voor in afzonderlijke potjes. Zorg dat je na enkele weken warm kunt uitplanten.
- Kiemen en temperatuur
- Zaai warm; koude, langdurig natte grond vergroot de kans op uitval.
- Na de opkomst
- Zet zaailingen direct na opkomst licht. Een donkere zolder vraagt geschikte groeiverlichting; warmte alleen is onvoldoende. Ventileer en houd de grond vochtig, zonder haar te verzadigen.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in afzonderlijke potjes of diepe modules. Verspeen niet met kale wortels; zet de hele kluit over voordat de wortels vastlopen.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. Plant na de laatste vorst uit met de hele kluit; plaats steun vooraf bij klimmende typen.
Begin voor buitenplanten niet maanden te vroeg. Bonen groeien snel en verdragen geen vorst.
Bronnen en toepassing
RHS · bonen ↗Britse teeltrichtlijn voor een gematigd klimaat; de genoemde perioden zijn richtlijnen voor Nederland en Vlaanderen.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.