Half–eind aprilZaai warm binnen voor en reserveer voldoende lichte opkweekruimte.
- Kiemen en temperatuur
- Kiem warm: ten minste ongeveer 18 °C.
- Na de opkomst
- Zet zaailingen direct na opkomst licht. Een donkere zolder vraagt geschikte groeiverlichting; warmte alleen is onvoldoende. Ventileer en houd de grond vochtig, zonder haar te verzadigen.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in afzonderlijke potjes of diepe modules. Verspeen niet met kale wortels; zet de hele kluit over voordat de wortels vastlopen.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. Na de laatste vorst in warme grond. Houd de kluit intact en geef het ras voldoende ruimte.
Plan ongeveer zes weken lichte opkweekruimte. Wintertypen moeten daarna nog lang genoeg kunnen groeien en afrijpen.
Bronnen en toepassing
RHS · pompoen ↗Britse teeltrichtlijn voor een gematigd klimaat; de genoemde perioden zijn richtlijnen voor Nederland en Vlaanderen.
De Bolster · Uchiki Kuri: een rankend Cucurbita maxima-type ↗Nederlandse producent of teeltbron; de rasinstructie blijft leidend.
De Bolster · Meteor F1: een compact Cucurbita maxima-type ↗Nederlandse producent of teeltbron; de rasinstructie blijft leidend.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.