Maart–mei, alleen bij passend oogsttypeZaai op een koele lichte plek en voorkom lange slappe groei.
- Kiemen en temperatuur
- Kiem beschut, kweek daarna koel, licht en luchtig; voorkom een hete opkweekruimte.
- Na de opkomst
- Zet zaailingen direct na opkomst licht. Een donkere zolder vraagt geschikte groeiverlichting; warmte alleen is onvoldoende. Ventileer en houd de grond vochtig, zonder haar te verzadigen.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in modules of verspeen hanteerbare jonge planten. Laat de kluit stevig worden zonder groeistilstand.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. Plant stevige jonge kolen uit en bescherm tegen koolvlieg en rupsen waar nodig.
Vroege, zomer-, herfst- en winterrassen hebben eigen vensters. Het getoonde voorjaar is een basisroute; gebruik voor overwintering en winterbloemkool het rasadvies.
Bronnen en toepassing
Royal Horticultural Society · RHS — kool kweken ↗Soort- of productgebonden bron; buitenlandse perioden zijn geen vaste Nederlandse zaaidatum.
University of Minnesota Extension · UMN Extension — kool in de moestuin ↗Soort- of productgebonden bron; buitenlandse perioden zijn geen vaste Nederlandse zaaidatum.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.