Juni–juli voor veel najaarstypenZaai dun in modules en volg de specifieke rasperiode.
- Kiemen en temperatuur
- Laat gelijkmatig kiemen; vermijd koude stress in de vroege opkweek.
- Na de opkomst
- Zet opgekomen sla licht en luchtig; voorkom hoge kastemperaturen en uitdroging.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in modules of verspeen hanteerbare zaailingen naar een eigen cel. Houd de kluit bij uitplanten heel.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. Plant stevige jonge planten uit; houd het groeipunt vrij en bescherm tegen slakken.
Deze typen hebben verschillende rasvensters. Vroege koude kan schieten bevorderen; zomerzaai is voor veel najaarstypen de gebruikelijke route.
Bronnen en toepassing
RHS · cichorei ↗Britse teeltrichtlijn voor een gematigd klimaat; de genoemde perioden zijn richtlijnen voor Nederland en Vlaanderen.
Royal Horticultural Society · Andijvie kweken ↗Soort- of productgebonden bron; buitenlandse perioden zijn geen vaste Nederlandse zaaidatum.
Feggies · Krulandijvie uit Ruffec zaden biologisch ↗Nederlandse producent of teeltbron; de rasinstructie blijft leidend.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.